Gepubliceerd op: 11-02-2026
Kunnen de jaarplannen nu al de prullenbak in?
Het is donderdag 22 januari – het nieuwe jaar is drie weken jong – als in de pers een nieuwsbericht verschijnt dat menig directeur doet opveren. Het bericht meldt dat de oplevering van nieuwe woningen met maar liefst 25% groeit tussen 2025 en 2027. Dáár had niemand op gerekend! Moet de toeleverende industrie acuut de productie verhogen? De alarmbellen in de industrie zijn hoorbaar in de vragen die mijn mailbox in rollen.
Het nieuws is afkomstig van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Een groei van 25% in twee jaar. Dat zou absoluut spectaculair zijn. Als het realistisch zou zijn.
Groei woningbouw van 25% of 12,5%, hoe kan het verschil zó groot zijn?
Veel producenten uit de toeleverende industrie koersen op de prognoses van Buildsight. Die verschillen momenteel nogal van de recente cijfers van het EIB. In onze Buildsight-prognose voorspellen we een groei van 12,5% van het aantal geproduceerde nieuwbouwwoningen van 2025 naar 2027. Hoe zit dat?
Het EIB kijkt naar opgeleverde nieuwbouwwoningen. De cijfers: 68.000 nieuwe woningen in 2025, 84.000 nieuwe woningen in 2027. Dat is een groei van 23,5%, wat in de publiciteit is afgerond naar bijna 25%. [noot]
De Buildsight-cijfers (prognose december): 66.250 nieuwe woningen in 2025, 74.500 nieuwe woningen in 2027. Dat is een groei van 12,5%.
Net als het EIB gaan wij dus uit van groei van het aantal nieuwbouwwoningen in 2026 en 2027, maar volgens ons zal het gezien de capaciteitsproblemen in de uitvoerende bouw lastig zijn om gemiddeld meer dan 7% groei per jaar te realiseren.
“In de Buildsight-prognoses sluiten we aan op de ruwbouwproductie. Bij ons zie je een stijging in woningbouwproductie dus eerder terug.”
In tegenstelling tot het EIB zagen wij bij Buildsight in 2025 al een groei in de productie van het aantal nieuwbouwwoningen. Dat komt omdat wij vooral aan proberen te sluiten op de ruwbouwproductie. Net als in de productie van aannemers zie je die stijgende woningbouwproductie bij ons dus eerder terug dan in de opleveringen.
Groei bouwproductie ≠ groei materiaalverbruik
Een groei van de bouwproductie hoeft bovendien niet gepaard te gaan met een vergelijkbare groei van het materiaalverbruik. Er spelen momenteel verschillende trends die materiaalkeuzes beïnvloeden. Zo zien we naast de trend van groei in de woningbouwproductie ook de trend naar significant kleinere woningen. Kleiner bouwen betekent minder materialen per woning. Ook zien we een trend naar ándere woningen: meer appartementen, minder grondgebonden woningen. Andere woningtypen betekent ook andere materialen. Bovendien is er een stevige sturing vanuit het Rijk om vaker te kiezen voor biobased materialen: de ambities uit de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) liegen er niet om, want al in 2030 zou ten minste 30% van het materiaalgebruik in 30% van de nieuwbouwwoningen biobased moeten zijn.
Al deze trends zijn van invloed op materiaalkeuzes en -volumes. De hoge verwachtingen van het EIB zijn volgens ons namelijk vorig jaar al voor een deel uitgekomen, zullen mogelijk te optimistisch blijken en vertalen zich door de kleinere woningen niet evenredig in meer materiaalverbruik. Bovendien vinden er verschuivingen plaats in het materiaalverbruik, waardoor het verbruik van sommige materialen harder kan stijgen dan gemiddeld, terwijl het van andere materialen juist achter kan blijven.
Directeuren uit de toeleverende industrie doen er goed aan hun jaarplannen bij te stellen als dat nodig is, maar dan wel op basis van het complete plaatje.
Michel van Eekert
Directeur Buildsight
[noot] Dat ook de absolute aantallen bij het EIB hoger liggen, komt vooral doordat zij 8.000 ‘andere nieuwbouwwooneenheden’ meetellen – dat zijn waarschijnlijk de tijdelijke/verplaatsbare/flex-woningen; Buildsight doet dat niet volledig.
Op de hoogte blijven?
Benieuwd naar meer artikelen, podcasts of marktonderzoeken vanuit Buildsight?
Volg ons dan op LinkedIn of neem contact voor de mogelijkheden.

