Houten kozijn wordt Concept
De toepassing van houten kozijnen in de bouw heeft baat bij duidelijke afspraken tussen de timmerfabrikant en opdrachtgever. Om meer duidelijkheid te scheppen in de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden tussen timmerbedrijf en de opdrachtgever (in de meeste gevallen de aannemer) introduceerde de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten (NBvT) in 2007 drie Concepten. In renovatie vinden die al aftrek, in nieuwbouw nog maar bar weinig.
De NBvT-Concepten behoeven voor de meeste lezers waarschijnlijk weinig introductie, maar voor de volledigheid willen we ze toch nog even toelichten:
- Concept I: Toelevering halfproduct (traditionele levering van gegrondverfde kozijnen, vroeg in het bouwproces);
- Concept II: Toelevering meer compleet product (levering verder afgewerkt product in de voorlak);
- Concept III: Co-makership (timmerfabrikant plaatst het complete kozijn afgelakt en wel en voorzien van beglazing).
Van Concept I naar III nemen de verantwoordelijkheden van het ontvangende bouwbedrijf af en die van de leverende kozijnfabrikant toe. Concept III staat de fabrikant toe om uitgebreide garantie te leveren op het geleverde gevelsysteem. Inmiddels is ook Concept IV ontwikkeld waarbij ook het onderhoud voor bijvoorbeeld 25 jaar wordt meegeleverd bij het kozijn.
Waarom Concepten?
De NBvT-Concepten geven niet alleen duidelijkheid over de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden tussen opdrachtgever en leverancier. De Concepten bieden de timmerfabrikanten in Nederland ook de mogelijkheid om hun opdrachtgevers tegemoet te komen en te ontzorgen. Bovendien kan een timmerfabrikant meer verantwoordelijkheid nemen voor de door hem of haar geleverde geveloplossing (of het scheidingssysteem).
Tijdens de recessie in de bouw hebben de Concepten veel fabrikanten handvaten geboden om de veranderende markt tegemoet te treden. Bij de toepassing van de Concepten past namelijk een pro-actieve oplossingsgerichte marktbenadering. In een markt waar opdrachtgevers niet meer in de rij staan, maar verleid moeten worden, is het voor timmerfabrikanten essentieel om zich duidelijk te profileren. Het helpt als men zich daarbij ook bewust is van de eigen sterke kanten van het timmerbedrijf. Bijkomend voordeel is dat de opdrachtgever wordt ontzorgd. Ook de toekomstige eigena(a)r(en) worden ontzorgd. Want met name Concept III draagt sterk bij aan het reduceren van de onderhoudsbehoefte van de kozijnen. Eén keer schilderen in de 8 tot 10 jaar is daarmee zeer goed mogelijk.
Eenduidig vastgelegd
Zonder dat de Concepten gedefinieerd en vastgesteld waren door het NBvT kende de Nederlandse markt voor houten kozijnen natuurlijk al verschillende afwerkingsniveaus. Afspraken daarover kwamen tussen opdrachtgever en leverancier één-op-één tot stand. De winst van het vastleggen van de Concepten zit onder andere in de eenduidigheid van de eisen aan de producten en de certificering ervan. Opdrachtgevers weten daardoor beter waar ze aan toe zijn. Zodat ze betere keuzes kunnen maken als het aankomt op gevelsystemen. Sinds de introductie van de Concepten heeft met name het volledig afgewerkte kozijn (Concept III) een grote vlucht genomen. Blijkbaar voorzien de Concepten in een duidelijke behoefte.
Onderzoek
Nu de Concepten zich al enkele jaren in de Nederlandse bouwpraktijk hebben kunnen bewijzen is het interessant om te onderzoeken in hoeverre ze ook daadwerkelijk worden toegepast op de bouwplaatsen in den lande. De NBvT heeft Buildsight gevraagd om dit in kaart te brengen. Sinds dit jaar doet Buildsight daarom dagelijks onderzoek naar het gebruik van de Concepten in de woningbouw in Nederland. De resultaten van dit onderzoek worden in dit artikel gepresenteerd. Er zijn ondertussen 600 woningbouwplaatsen bezocht. Bij dit onderzoek zijn alle nieuwe kozijnen toegekend aan een Concept. Er is geen categorie “overig”. Het is echter vaak niet met zekerheid te achterhalen dat alle eisen in acht zijn genomen die bij de Concepten horen. Alleen op basis van de toepassing in het werk (met of zonder beglazing en gelakt of niet) is het kozijn toegekend aan een Concept. De resultaten geven de verdeling van het gebruik van Concepten weer op basis van het aantal woningen.
Veel nieuwbouw nog in Concept 1
Uit de eerste resultaten van het onderzoek van Buildsight komt naar voren dat ruim twee derde deel van de nieuwe woningen nog volgens het min of meer traditionele Concept I van kozijnen worden voorzien. Bij de bouw van een kwart van de nieuwe woningen wordt Concept II toegepast. Dat betekent dat Concept III voorkomt bij 8 procent van de nieuwe woningen. Vergeleken met een eerdere meting is het marktaandeel van Concept II en Concept III wel gegroeid. Dit beeld is over heel Nederland ongeveer het zelfde. Binnen de vier onderscheiden regio’s wordt er nauwelijks van afgeweken. In de appartementenbouw lijkt Concept III iets vaker toegepast te worden dan in grondgebonden woningen.
Corporaties neigen naar II en III
Uit de resultaten van het onderzoek komt een duidelijk verschil naar voren tussen verschillende opdrachtgevers. Het blijkt dat woningcorporaties meer geneigd zijn om Concept II en III toe te passen. Slechts bij iets meer dan de helft van de nieuwe corporatiewoningen wordt Concept I nog toegepast. Bij andere opdrachtgevers ligt dit aandeel rond 75 procent. Veel leveranciers van kozijnen en veel aannemers zijn nog terughoudend bij het toepassen van Concept II en Concept III binnen de nieuwbouw. Het risico op beschadigingen aan de kozijnen is namelijk groot. Er zijn extra maatregelen nodig om de kozijnen te beschermen. De meeste aannemers zijn daar nog niet voldoende op ingesteld, blijkt uit het onderzoek.
Renovatie veel in II en III
Als we kijken naar de toepassing van nieuwe kozijnen bij renovatie (kozijnvervanging), blijkt dat Concept II en III veel populairder zijn. Dat zit hem dan vooral in de projectmatige renovatie. Binnen dit segment heeft Concept III zelfs een marktaandeel van 55 procent. Bij projectmatige verbetering van (huur-)woningen komen de voordelen van Concept II en met name van Concept III goed tot hun recht. Door de gelijkvormigheid tussen de verschillende kozijnen is een hoge mate van standaardisatie mogelijk en kan efficiënt gebruik gemaakt worden van kranen, steigers en liften bij de montage. Woningcorporaties zijn een belangrijke opdrachtgever binnen dit segment. De voorkeur voor Concepten II en III van deze opdrachtgevers komt waarschijnlijk voort uit hun positieve ervaringen met deze Concepten bij woningverbetering. Daarentegen gaat in de particuliere renovatie de voorkeur nog duidelijk uit naar Concept I. Voor een enkele woning is maatwerk nodig en is de inzet van groot materieel te duur. Omdat het werk handmatig moet gebeuren worden ligt het voor de hand om het glas te zetten als de kozijnen geplaatst zijn. De schilder komt meestal daarna pas langs.
Versnippering drempel voor III
Ondanks de grote voordelen voor de opdrachtgever wordt Concept III nog slechts bij niet meer dan één op de tien nieuwbouwwoningen in Nederland toegepast. Dit heeft te maken met de versnippering van het traditionele bouwproces. Aannemers zijn gewend om van project tot project met dezelfde aparte leveranciers te werken voor kozijnen, glas en schilderwerk. Dat geldt ook voor een groot deel van de projectontwikkelaars. Ook zij geven in de meeste gevallen nog de voorkeur aan de traditionele bouwwijze en de traditionele inrichting van het bouwproces. De aanbieders die meer conceptueel denken, zoals de catalogusbouwers, hebben in ons land nog weinig voet aan de grond gekregen. De woningcorporaties blijken vaak wel open te staan om een nieuwe taakverdeling aan te gaan tussen de partners in het bouwproces en zo te komen tot een zogenaamd co-makership. Elke leverancier neemt bij co-makership zo veel mogelijk verantwoordelijk voor het gebouwde eindresultaat.
Kansen voor tifa’s
Er bestaat toenemende aandacht voor nieuwe bouwmethoden en voor de eindgebruiker. Ook nieuwe organisatievormen voor het bouwproces komen steeds meer in de belangstelling. Daarbij valt te denken aan collectief particulier opdrachtgeverschap, het Bouw Informatie Model (BIM), ketenintegratie, nieuwe bouwsystemen, prefab, enzovoort. De Concepten II en III bieden timmerfabrikanten de mogelijkheid om hier op in te haken of zelfs in voorop te lopen al dan niet samen met woningcorporaties. Dit met het doel om de bouwmarkt beter te laten functioneren en onnodige kosten te voorkomen. Zeker in de renovatie van de na-oorlogse woningvoorraad ligt voor de kozijnindustrie nog een grote opgave, terwijl de woningnieuwbouw ook de komende jaren op een laag pitje blijft.
Meer informatie over de Concepten kunt u vinden op de website www.kozijninfo.nl (onder het kopje techniek) van de Nederlandse Bond voor Timmerfabrikanten.
Rolf Dankers, Buildsight
In opdracht van Raam en Deur (Uitgave MIXpress)
Vorige